Leestijd: 2 minuten

De gevierendeelde Koning van Oost-Drenthe zag het allemaal niet meer zo zitten. Dat was deels omdat hij gevierendeeld was, deels omdat zijn vrouw van hem wilde scheiden en deels omdat hij toen nog twee losse delen over had om het niet te zien zitten. Ze hadden hem aan vier paarden gebonden, die allemaal op hetzelfde moment gehortsikt werden, waarna een belangrijke levensles aan het licht kwam: vier paarden zijn sterker dan een mensenlichaam.

Knecht Paul stapte op de Koning af en zei:‘Het ziet er niet heel rooskleurig uit voor u Koning Willem (de vierde, dat zei hij er in het gesprek natuurlijk niet bij, maar hij was toepasselijk genoeg wel de vierde Willem in zijn familie. Daar zal de rechter in zijn uitspraak zeker rekening mee hebben gehouden, zodat hij op feesten en partijen luid kan vragen of de ongetwijfeld geïnteresseerde groep aanwezigen denkt te weten wat hij Koning Willem IV voor straf had gegeven nadat hij moedwillig een parelhoen had verdronken. De groep aanwezigen zal het niet weten, maar zal aan zijn lippen hangen van nieuwsgierigheid. Waarop hij: ‘GEVIERENDEELD’, zal bulderen, gevolgd door een onuitstaanbare, zelfingenomen, maniakale lach die wordt vergezeld door het gelach en geproest van alle aanwezigen die roepen wat een goeie het wel niet is, uit het oog verloren dat het hier om eens mensenleven ging die nu in vier delen op de grond lag dood te gaan.), het lijkt erop dat u aan uw verwondingen zal sterven.’

‘Knecht Paul… kom eens iets dichterbij’, kuchte de Koning bijna onverstaanbaar.

Paultje schuifelde weifelend in de richting van de Koning en leunde met zijn oor richting zijn mond.

‘Janneke, uch, je vrouw.. Uche, uch,uch’

Paultje schrikt.

‘Ja? Wat is daarmee?’

‘Die.. uuuchhhhh, uch, uch’

‘Ja? Ja?’

Paultje werd nu erg ongeduldig, met angst dat Koning Willem het niet meer uitgesproken krijgt voor de Koning zijn laatste adem uitblaast en hij voor eeuwig met de vraag zal blijven rondlopen wat de Koning over zijn vrouw te zeggen had.

Maar Koning Willem kreeg een opwelling van energie en in zijn laatste teug adem zei hij:

‘..die heeft op haar kut, aan de binnenkant van haar linker binnenste schaamlip, vlak onder haar clitoris en eigenlijk net schuin boven de opening van haar plasbuis, echt een heel erg vreemd, raarvormig en ietwat roodgekleurd moedervlekje zitten, ik denk dat het kwaadaardig is, daar moet je echt even naar laten kijken.. Ucchhhpffff.’

En met die laatste woorden, blies hij zijn laatste adem, waarmee hij als goede Koning en nog beter mens zelfs op zijn sterfbed (of plein eigenlijk, sterfplein) zich nog onderscheidde van het gepeupel door goede raad mee te geven aan Paultje over die vlek op de kut van zijn vrouw. Een waar voorbeeld.

En met die kennis huppelde Paultje naar huis.