Leestijd: 4 minuten

Ik kwam er voor het eerst écht achter hoeveel invloed huidskleur heeft, toen ik met drie gekleurde zakenpartners/vrienden voor een fotoshoot naar Tbilisi afreisde. We moesten overstappen in Kiev en daar brak mijn witte geprivilegieerde klomp. Ik mocht overal doorlopen nadat de douaniers en luchthavenmedewerkers een aantal seconden naar mijn paspoort keken. Zij werden bij iedere paspoortcontrole lang, indringend en verdacht aangekeken. Eén medewerker had zelfs het lef om te vragen of het paspoort niet vals was, waarna hij er met een vinger overheen wreef om zijn argwaan kracht bij te zetten. Mijn empathische vermogen verschafte me een rare gevoelsmix van schaamte, woede, verdriet en onmacht. Ik kreeg de drang om aan die medewerker uit te leggen hoe belachelijk het is dat hij iemand op basis van huidskleur anders behandelde. Ik wilde mezelf uitkleden tot op het bot en die beste man mijn huidskleur aanbieden in ruil voor inzicht. Maar dat deed ik niet. Ik deed niks. Iedereen stond erbij en keek ernaar – inclusief ikzelf met de gedachte dat ook ik in een ander land ben en dat protest alleen zou leiden tot represailles en moeilijkheden. En hetgeen me eigenlijk nog het meest choqueerde was hoe goed en kalm die vrienden van me ermee omgingen – ze waren hiervoor (en door) getraind.

In mijn opvoeding heb ik geleerd dat kleur – en eigenlijk uiterlijk vertoon überhaupt – helemaal niks zegt over hoe die persoon is. Op basis daarvan oordelen is dus ook onzin en ik denk dat ik mijn moeder daar erg dankbaar voor mag zijn. Maar wat ik gemist heb, is dat lang niet iedereen op die manier denkt en doet. Mijn reactie toen ik voor het eerst #blacklivesmatter zag was dan ook de gedachte: ‘maar alle levens zijn toch belangrijk?’ En met die stelling op zich is denk ik niks mis, maar wel als reactie op #blacklivesmatter. Het is dan namelijk een appel-en-peren-vergelijking. Als appels door een foutief systeem veel sneller rot worden verklaard en worden vernietigd dan de peren; en er wordt geprotesteerd voor een betere behandeling van de appels, dan kijk je een peer die binnenkomt en roept: ‘en de peren dan?’ toch ook verontwaardigd aan? Want bij de peren speelt het hele probleem van achtergesteldheid niet. Sterker nog: het zijn vaak de peren die de appels voor rot uitmaken.

Nu heb ik sinds de verschrikkelijke dood van George Floyd veel nieuws en berichtgevingen van bekenden gevolgd, waaronder berichten die gedeeld werden door die vrienden met wie ik in Kiev was. En eerst voelde ik me aangevallen door die berichten omdat ik wit ben, als in: ik kan er toch niks aan doen dat ik wit ben? En: ik heb die oordelen toch helemaal niet? En: waarom is het altijd wit vs gekleurd? Maar op een gegeven moment dacht ik terug aan Kiev en viel het kwartje. Het gaat niet om mij – op zich was dat al snel duidelijk – en het gaat helemaal niet om wit versus gekleurd. Het gaat erom dat er in het hele systeem – en daardoor onlosmakelijk bij veel mensen die binnen dat systeem acteren – een op huidskleur gebaseerd vooroordeel zit vastgeroest waarnaar gehandeld wordt.

En alles wat ik heb is mijn inlevingsvermogen om in te beelden hoe moeilijk het moet zijn als een persoon met macht met zijn vinger over je paspoort wrijft en vraagt of het wel echt is, terwijl je net als die driehonderd andere mensen in dat vliegtuig ook gewoon een mens bent. En hoe verschrikkelijk het is dat een gekleurde huid in de huidige wereld waarin we leven zo dik moet zijn, dat hij extra vragen bij een grensovergang, meer aanhoudingen in het verkeer, twee keer zo veel afwijzingen voor een baan, vaker weigeringen in uitgaansgelegenheden en in sommige delen van de wereld zelfs ‘zelfverdedigingsschoten’ in je romp of minutenlang een knie in je nek tegen zou moeten kunnen houden.

En op ieder moment dat ik me zulke dingen inbeeld voel ik me verschrikkelijk. En dat zijn dus maar momenten dat ik het me inbeeld, zonder dat daar enige daadwerkelijke moeite aan verbonden zit.

Dat besef ik. Weet dat ik het probeer, dat ik naast je sta en dat ik hoop dat George Floyd dan maar eindelijk degene is die niet voor niets gestorven is. En laten we beseffen dat zijn dood – en de dood van hen die hem voorgingen – alleen maar het topje is van een hele grote, witte ijsberg. En dat alleen erkenning dat die witte ijsberg er is – en acties op basis van die erkenning – die ijsberg kan doen smelten.


0 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *