Leestijd: 3 minuten

Co van Kessel. Ik ken hem niet en hij is op de dag dat ik de fietstour doe reeds 4 jaar geleden overleden, maar ik ben de man dankbaar. Het beeld dat ik heb van Bangkok – taxi’s, tuktuks, feest op Kao San Road, Seven Elevens, ladyboys, wilde honden en hier en daar een kakkerlak – is niet veranderd. Er is alleen wel iets aan toegevoegd. De andere kant van Bangkok. En dat allemaal dankzij onze (hij was Nederlands) Co. Het schijnt dat hij duizenden uren fietsend gespendeerd heeft om de krochten van Bangkok te ontdekken, alvorens hij de tour lanceerde. Er bestaat de keuze uit 3, 5 en 8 uur. We besloten 5 uur te spenderen op het Nederlandse vehikel. Van 1 tot 6 in 35 graden op de fiets door Bangkok is heftig. Heftig omdat je het gevoel hebt dat je in brand staat. Maar ook heftig omdat tijdens de tocht zulke indrukwekkende dingen tegenkomt dat je fikkende lichaam je niet eens afleidt. Op de fiets worden we begeleid door Sandra (een Thaise, dus ik denk dat dit een schuilnaam is) en Toua (ook een Thaise, in deze naam heb ik meer vertrouwen). We starten vanuit het centrum van Bangkok. Op een gegeven moment slaan we linksaf een steegje van pakweg twee meter breed in, waar een vrouw voor haar huis / hutje / dak zit te koken. De kookpot staat een halve meter bij haar vandaan. Ze moet even achterover hangen, zodat de slinger met toeristen op gele Co-fietsen tussen haar en de kookpot door kunnen fietsen. De lach op haar gezicht (ze lachen gewoon altijd) vertelt dat zij het net zo leuk vindt als wij. We fietsen door smalle straatjes, soms zowat door woonkamers heen. Mensen zitten, liggen en hangen. Vaak in de schaduw en ogenschijnlijk zonder bestemming. Maar mensen werken ook. Aan auto’s, in marktkramen, met prullaria of voedsel. Onder een brug is een steigertje gebouwd waar een man in slaapt. Verderop zit een vrouw op een kruk in een workshop stoïcijns voor zich uit te kijken terwijl ze omringd wordt door hoge stapels met smerige bouten, moeren, wieldoppen en banden. Het ziet er niet logisch uit maar het is nou eenmaal zo. Dat zal zij waarschijnlijk ook vinden van de 15 gele fietsen die haar passeren. We fietsen over een markt. Sommige mensen stappen opzij en lachen, sommigen lopen gewoon door. Op het visgedeelte van de markt fladdert een geur. Deze is onbeschrijflijk. De Thai die me opmerkt als ik kokhals lacht me uit. De markt wordt opgevolgd door een boottocht. We moeten in een steegje wachten op deze boot. Daar zitten een aantal Thaise mensen te niksen, de warmte uit te zitten of zo. Een vrouw met 1 tand in haar mond heeft een baby in haar armen. Die pist over haar heen. Ze lacht haar tand bloot, veegt de baby af met een handdoek en gaat verder met het geven van de fles. Wij lachen ook. We lachen samen. De boot is er, tijd om verder te gaan. “Khap kuhn krab” en wegwezen. De longtailboat brengt ons naar het westen van Bangkok. Onderweg zien we flink wat meervallen en hier en daar een varaan van een meter of anderhalf. In west fietsen we weer rond. Zien banaanplantages en andere landschappen. Na een uur of 4 fietsen, afgewisseld met wat pauzes en boottochten gaan we wat eten. Heerlijk Thais eten maar dan wel ‘mai phed’ (niet heet). Als soort van afsluiter worden de meervallen gevoerd. Indrukwekkend te zien hoe een stuk of 100 meervallen om een even groot aantal broodkruimels vecht. Een veldslag. Of beter gezegd waterslag. De echte afsluiter volgt als we met de boot terug gaan richting het startpunt en we de Chao Phraya River oversteken. Deze oversteek gaat namelijk gepaard met een ondergaande zon die de donkere skyline van Bangkok in de fik lijkt te zetten. Een geweldig einde van een memorabele rit. Thanks Co.

Categorieën: Reisverhaal