Leestijd: 3 minuten

Weg. Nergens te vinden. Geen tijd gehad om afscheid te nemen. Dag Samsung Tablet. Het was fijn je 6 weken sporadisch gebruikt te mogen hebben om mijn gedachten in zwart op wit te gooien. Terwijl ik mijn tas doorzoek na terugkomst van een 3 daagse tour naar Ha Long bay besef ik me dat ik hem waarschijnlijk tijdens het wakker worden 3 dagen geleden vergeten ben in te pakken. 3 dagen eerder was het een klingelende kerkklok aan de overkant, toeters, een backpacker op een bed naast me die wakker wordt, kletterend regen tegen de ruiten en op dakpannen. Het is de onverschilligheid van m’n omgeving dat het symfonie creëert dat fungeert als mijn natuurlijke wekker. Douchen. Op de door het hostel beschikbaar gestelde whitening douchegel pronkt een aantrekkelijke vrouw die een geit vasthoudt. Ik wil niet bleker zijn dan ik al ben en de ambitie om in een geit te veranderen heb ik al een tijdje niet meer, dus de douchegel mogen ze houden. Na de douche pool ik een potje. De Vietnamese versie van mijn vader – een kleine, serieus ogende maar met een glimlach sprekende man – komt bij de pooltafel staan en geeft tips. Mijn vader zou hier overigens genieten. Al is het alleen maar om het feit dat een hoop Vietnamezen de gewoonte hebben, alvorens ze hun winkeltje openen, kooien met vogels op te hangen aan een tak of buis. Helaas voor mijn vader ziet hij ondanks zijn liefde voor de vliegende rakkers zichzelf niet graag vliegen, dus zal hij dit soort taferelen niet via zijn eigen zintuigen ervaren. Ik ga mijn zintuigen de komende dagen veel prikkelen en verdoven op een trip naar Ha Long Bay. Prikkelen doen de geweldige decors van karstgebergten die uit de zee puilen met dezelfde volstrekte willekeur als springbokken in een gymzaal tijdens apenkooien in groep 6. Het verdoven laat ik over aan alcohol. De reis gaat via bus, boot, bus en boot en duurt zo’n 5 uur. Aangekomen zit ik met zo’n 30 Engelsen, 5 Ieren, 5 Canadezen en een Amerikaan opgesloten op een van de mooiste baaien ter wereld. Verschrikkelijk. Het ene moment zit ik met mijn voeten in het witte zand op het strand, een biertje in mijn rechterhand, blik op oneindig, leuke mensen dichtbij, de zon hoog, lekkere lazy loungemuziek op de achtergrond en het adembenemende panorama op de voorgrond. Een later moment zijn we aan het feesten in de strandtent als ons aangeraden wordt het water in te gaan omdat het donker is. Het hele uur dat volgt ben ik in beschonken toestand overgefascineerd in het ondiepe water met mijn arm fluoriserend plankton aan het oplichten. Prachtig. De avond eindigt in een groot feest en een zanderig bed. De volgende dag varen we met een boot Ha Long Bay rond. De omgeving faalt er nog steeds in te gaan vervelen als we de kayak nemen als vervoersmiddel. Ik zal er zeker in falen deze schoonheid typend over te brengen. Je moet er zijn geweest. Na de cruise keren we terug in de baai, waar een andere groep is aangekomen. Een potje beachvolley, een aantal biertjes en flink wat danspassen later vind ik mezelf weer als een idioot door het water raggend terug in de oceaan. Op zoek naar plankton. Schaterlachen komt ervan als ik met een reisgenoot de anderen observeer die hetzelfde doen. De avond sluiten we feestend af. Een Engelsman is dusdanig los en verwijderd van de wereld dat hij dit naakt besluit te doen. Lachen, gieren en kinderachtig brullen. De volgende dag nemen we weer de bus, boot, bus en boot. Terug in Hanoi zijn de karstgebergten vervangen door wolkenkrabbers, het witte strand door asfalt, de zeelucht door smog en de serene stilte door teringtoeters. Op de met verkeer bedekte straat haal ik een Bahn Mi. Letterlijk een klein baguette met vlees en groenten erop. Deze is heerlijk tot ik mijn 2e hap in een homp verse koriander zet. Wat het is met koriander; je kan het prima hebben of je hekelt het. Ik heb Google mij laten vertellen dat het om een gen gaat dat ervoor zorgt dat je het haat. Nu is het zo dat men in Vietnam overal koriander in en op strooit, wat ervoor gaat zorgen dat mijn gemiddelde soep, baguette of rijstgerecht voor een deel besprenkelt is met dreft vloeibaar. Terug gekomen in het hostel kom ik er dus achter dat mijn tablet weg is, en ik vraag eigenlijk tegen beter weten in of er toevallig een is gevonden. Terwijl ik met een kater en mijn ziel onder mijn armen sta te wachten belt de receptioniste housekeeping op. De tablet, die met een waarde van zo’n 400 euro goed is voor 2 a 3 maandsalarissen van de schoonmaaksters, is gevonden en ingeleverd. De eerlijkheid vervult mijn hart. Niet veel later slaap ik mijn roes uit op een bed van liefde. Opgedekt door housekeeping. Cheers ladies.

Categorieën: Reisverhaal