Leestijd: 3 minuten

Wat er in de rest van de wereld gebeurt mag Joost weten. Mijn motto van de dag is ‘niet tobben, lekker blobben & niet lijden, lekker glijden. Hier, in Arcadia Hostel in Kampot kom je om de dagelijkse wereldwijde dramatische realiteit te vergeten door te glijden van een lijpe glijbaan, weggeschoten te worden door 2 dikkere varianten van jezelf op een luchtkussen, een touw als swing te gebruiken om salto’s te maken, te poolen, te tafeltennissen, te darten, te voetballen, te tuben, bier te nuttigen en sporadisch kut te roepen. Weg van de bewoonde wereld, in de jungle en aan een rivier. Een piepklein paradijsje gevormd uit de tot werkelijkheid gemaakte jongensdroom van een aantal gasten. Het is een goede manier om de ellende van de Killing fields in Phnom Penh een plek te geven. Na 3 dagen het kind in me naar boven te hebben gehaald, nemen we de bus vanuit Kampot naar Sihanoukville. En nu ik een aantal maanden diep in mijn Aziatische avontuur zit leer ik van sommige situaties de humor in te zien. Zoals de verschrikkelijke busritten. Dus, we zitten met 7 gasten en 5 trutten in een kutbus gefrut en touren ‘m van Kampot naar Sihanoukville. Een zacht gezegd uiterst vervelende en veelal zweetporie-utiliserende ervaring van de bovenste sardienenblikkenplank. De op Aziatische maat gemaakte stoelen en daarbij behorende beenruimte zorgen ervoor dat mijn knieën veranderen in hernia-veroorzakende-steekwapens gericht op de persoon voor me. Het is warm, maar de amper werkende airco lekt de hele rit tactisch koude vloeistof op mijn knie, dus op het gebied van verkoeling heb ik het goed; ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’. Op het moment dat ik het gevoel krijg dat dit is hoe conservering van ingeblikte houdbare supermarktproducten te werk gaat komen we aan. We zijn er, stappen uit en kunnen erom lachen. En de chauffeur, die ons helpt uitstappen, of beter gezegd uitvouwen of ‘ontblikken’, die kan er ook om lachen. Het hoort er ook gewoon bij. Als je niet op zijn minst een stuk of 5 kut busritten hebt gehad, heb je Azië niet ervaren. De avond in Sihanoukville gebruiken we om voor het eerst in Cambodja de locals en hun cuisine wat beter te leren kennen. Het familierestaurantje – gerund door de 34-jarige Sonny en zijn 2 jongere, blije en vooral hyperactieve broertjes – is geweldig. Ze geven me het idee dat de Cambodjanen de lach hebben uitgevonden. Alsof ze het lachen wat in hun recente, trieste geschiedenis verloren is gegaan in willen halen. Ik denk dat dit avondmaal – gemarineerde Baracuda van de BBQ met King Prawns en gepofte aardappel – in combinatie met de bediening – de 2 letterlijk rennende en altijd lachende 17-jarige Dze en Salamon – het beste avondmaal is wat ik tot nu toe in Azië heb gehad. Zonder overdrijven. Als we maar liefst 6 dollar per persoon moeten betalen voor dit koningsmaal en 2 bier is onze ervaring compleet. Een fooi van 5 dollar maakt de tevredenheid wederzijds. De lach die blijkbaar nog breder kon dan hij al was, gecombineerd met vele lang aanhoudende ‘thank you’s’ geeft dit te kennen. Het is vrijdagavond, en alsof het er toe doet dat het vrijdagavond is besluiten we uit te gaan. Na een paar biertjes in het hostel keren we strandwaarts waar een hoop strandtenten de nacht verlichten. Onderweg naar JJ’s, een tent die Sonny ons aanbeval, komen er een aantal kinderen op ons pad. En naar mijn mening niet de meest random kinderen. Ik voer het volgende gesprek met een 11-jarige die armbandjes en vuurwerk verkoopt:
‘You want to buy fireworks please?’
‘No thank you.’
‘Why not, you have so many friends, it’s fun to do fireworks.’
‘No, my mom won’t let me use fireworks.’
‘She don’t know, she in your home country.’
‘Haha, wauw, no, yes she knows everything.’
‘Heey man, don’t lie.’
‘I’m not lying.’
‘You can lie to me, but you can’t lie to yourself he.’
Mijn bek vol met tanden zorgt ervoor dat hij het gesprek vervolgt:
‘Where you from?’
‘Holland.’
Als hij dan antwoord met ‘Hoe heet je?’ (in het Nederlands dus) en bewijst dat het mogelijk is dat het Nederlandse vocabulaire van een 11-jarige Cambodjaan groter is dan die van menig volwassen Engelsman – degene waar ik al 6 weken mee reis onder anderen – is mijn verbazing compleet. Toen ik 11 was, was ik trots op het feit dat ik alleen naar school fietste en niet vergat om voor m’n moeder een briefje klaar te leggen met de uitleg dat ik bij een vriendje was spelen. Deze jongen is om 1 uur ’s-nachts bezig met het verkopen van zijn handelswaar en het aanspreken van liegende toeristen op hun geweten middels filosofische uitspraken. Ik koop een armband. Ik ben me bewust van het feit dat ik hiermee waarschijnlijk niet zijn schoolgeld betaal, wat jammer is, aangezien hier overduidelijk een nogal pienter brein niet de ontwikkelingskans krijgt die het zou moeten krijgen, maar dat is dan maar zo. Ik hoop op een tafereel waar hij een schoendoos in zijn slaapkamer vult met zijn zuurverdiende centen, zodat hij na verloop van tijd een startkapitaal bij elkaar verdient om zijn eigen armbandjesfabriek, bedrijf in onroerend goed of tuk-tukorganisatie te starten als hij 18 is. Maar dat is waarschijnlijk onnozele, tevergeefs gehoopte hoop. Ach.

Categorieën: Reisverhaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *