Leestijd: 3 minuten
Ze heet Hang, en is kort. Ze kijkt ongeveer tegen m’n tepels aan. Is het een keer andersom, feminist dat ze is. Hang probeert ons in haar beste Engels uit te leggen wat de bijzonderheden zijn van Old Quarter in Hanoi. Ze praat over een mythe omtrent het meer waar we omheen lopen. Iets met een heilige draak, een gouden schildpad en een keizer die een trio hadden met een magisch zwaard erbij dat fungeerde als seksspeeltje. Omdat dit zwaard het middelpunt was van de seksueel getinte belangstelling werd het meer door de keizer omgedoopt tot ‘Hoàn Kiĕm Lake’ (‘Lake of the returned sword’). Iets in me zegt me dat de taalbarrière het verhaal gezelliger maakt dan dat het is. Wikipedia omschrijft vast iets anders. Ik leer het verhaal tijdens de gratis Walking Tour van m’n hostel waar Hang ons de weg wijzend wegwijs maakt. Wij wegen af of we hier wel wijzer van worden. Het is vooral gewoon leuk omdat ze zo schattig is en haar best doet. Het begint te regenen. We nemen een shortcut en keren terug in het hostel waar ik mijn bed op zoek. Je blijft voorzichtig in hostels. Je komt mensen tegen die niks hebben. Blut zijn. Op zwart zaad zitten; broedend, met de hoop dat er een geldboom uit ontkiemt. Die de dagen doorkomen met water drinken, een deel van hun gratis ontbijt inpakken als lunch of diner en hoopvol wachten tot ze het geniale plan wat ze hebben om geld te verdienen echt gaan uitvoeren. Die mensen liggen naast je. Je maakt er een oppervlakkig praatje mee terwijl je wat dingen van je iPhone 5s naar je Samsung Galaxy tablet S2 stuurt. Zijn oplader is gestolen. De jouwe niet. Jij gaat dadelijk je scooter halen. Hij niet. Hij blijft liggen. Water drinkend, muf brood knauwend en zichzelf vervelend op het zwarte zaad tot hij uitcheckt en jullie elkaar nooit meer weerzien. Je kent hem sinds 2 dagen en hebt hem bij elkaar zo’n 12 minuten gesproken. Hij lijkt op die veel te aardige stoner van huisfeestjes die nooit kwaad in zijn mik heeft. Maar toch. Gelegenheid maakt de dief. En gezien de samenloop van omstandigheden zou dit een gelegenheid zijn waarin zelfs koningin Máxima tot dievegge gekroond zou kunnen worden. Alles, ook de opladers, gaan achter cijferslot en grendel. Ik wens de stoner een fijne voortzetting van zijn reis en ga op scooterjacht. Als je een aantal dagen op dezelfde plek zit, zoals ik nu in Hanoi, dan leer je dingen. Dingen zoals: koop je regenjas als de zon schijnt en steek de straat over in een gestroomlijnde beweging. Daarnaast is voetballen met 32 graden in Hanoi net zo vermoeiend als voetballen met 32 graden in Hanoi klinkt. En, het kan hier regenen. Urenlang. Uuuuuurenlang. Dagenlang. Pijpenstelen. Waar ze het water laten weet ik niet. Op zo’n regenachtig moment zit ik voor me uit te turen in de lobby. Een medewerker van het hostel komt bij me zitten (hij kent me, nog een bijkomstigheid van ergens 7 dagen vertoeven) en vraagt: ‘Hey man, why you sad?’ Doordat hij niet eens vraagt ‘óf’ik sad ben, maar ‘waarom’, lijkt hij zeker te zijn van zijn zaak. ‘I see you sitting and you sad, so I think I come sit with you.’ Oprechtheid. Bijna moederlijke liefde van een 20-jarige Vietnamese hostelmedewerker die ik 7 dagen geleden voor het eerst de hand schudde. ‘Haha, no man, I’m good!’ zeg ik, waarop hij ‘Okay man, good to hear, want a drink?’ antwoordt. Een paar drankjes later klaart het op buiten. Dat droge moment gebruik ik om een scooter te kopen. Een Yamaha Nouvo 3. Bouwjaar 2013. 125cc. Mooi ding. Nu kan ik mezelf verplaatsen op de debiele wijze zoals miljoenen Vietnamezen dat doen. Ik rijd een ronde door de stad. De eerste paar kilometers verdubbel ik het totale aantal keer toeteren dat mijn leven rijk was. Het rijden is geweldig. Een uitdaging wel. Het is alsof je constant steekpasses aan het geven bent tussen 4 spelers door. En dan ben je zelf de bal. De tegenspelers zijn de scooters, auto’s of bussen van links en rechts die ook zo snel mogelijk bij hun doel willen zijn. Bij een bus leg je logischerwijs iets minder risico in je spel dan bij een scooter. Als ik terugkom bij mijn hostel, pronkend met mijn scooter, komt de schattige Hang naar buiten. ‘Please be caefull heeee!’ De zorg duurt voort. ‘I will be Hang!’ De andere medewerker die die middag bij me kwam zitten gaat naar huis. ‘I go now man, see you tomorrow!’ Nog een dag of 2 touren in Hanoi, daarna ga ik met 2 medemensen Vietnam doorkruisen. Van daar waar we niet willen zijn naar daar waar we willen zijn, wanneer we daar willen zijn. Vrijheid pur sang. Cheers to that.

Categorieën: Reisverhaal