Leestijd: 3 minuten

‘Thai styled chicken red curry with steamed jasmine rice and sauteed vegetables’. Of. ‘Braised beef with mushroom ragoût, fried potato wedges and Mediterranean vegetables’. Terwijl ik de menukaart in het vliegtuig richting Qatar lees weet ik dat deze beide keuzes veel lekkerder klinken dan ze gaan zijn. Ik vind het sowieso wel grappig dat ze zulke mooie namen weten te verzinnen voor iets wat uiteindelijk lijkt op een bakje opgewarmde stront. Vliegtuigvoedsel. Het werkt bij mij nogal laxerend. Of dat zijn de zenuwen, dat kan natuurlijk ook. Ik kan niet kiezen en ik vraag het kind naast me wat hij kiest door de keuzes wisselend aan te wijzen. Aanwijzen want hij is Frans, een jaar of 7 en spreekt geen Engels. En ik spreek geen Frans. Hij wijst de kip aan. We hadden uit verveling een handshake geleerd. Handklap links – handklap rechts – box omhoog – box omlaag – box recht vooruit – highfive. Z’n moeder was onder de indruk. We wisten elkaars naam omdat ik ‘je m’appelle Joep, comment tu t’appelles?’ in redelijk Frans uit kan kramen, waarop hij ‘Noah, how are you?’ Weet te antwoorden. Op ‘I’m fine, and how are you?’ Komt geen antwoord, maar gegiechel. Dat vindt niemand erg. Als ik mijn maaltijd geserveerd krijg van de lief lachende stewardess, realiseer ik me dat dit een van de laatste maaltijden van mijn reis is. Ook realiseer ik me dat het plezieriger was geweest als ik me dat twee maaltijden geleden had gerealiseerd. Ik zit dus weer in een vliegtuig. Niet op weg naar een nieuw avontuur zoals de laatste maanden nogal eens het geval was. Niet nieuwsgierig naar wat dit nieuwe mij gaat brengen de komende tijd. Niet nieuwsgierig naar de nieuwe leef- eet- en drinkgewoonten of de architectuur van een stad. Nee. Dit keer vlieg ik terug naar het oude vertrouwde. Denk ik. In ieder geval terug. Naar Nederland. De kou. Lekker eten; omdat we in Nederland zo goed zijn in het beste van andere landen te stelen en eigen te maken. Vrienden. Bekenden. Familie. Verveling. Verplichtingen en hooikoorts. En waarschijnlijk een jetlag. Hoewel de 9 uur durende layover in Qatar inclusief gebrek aan slaapplaats waarschijnlijk een einde maakt aan welk slaapritme dan ook. Als later het vliegtuig vanuit Qatar naar Brussel vlak voor de landing een bocht maakt, waardoor ik goed zicht heb op de akkers en typische bergloze landschappen die Nederland en een deel van België rijk zijn besef ik het echt. Ik ben terug. Kut. Als ik terugrijd met slaaptekort en de kennis dat vrijwel niemand weet dat ik terug ben in Le Pays Bas, is het allemaal nog wat onwerkelijk. Dat is voor maar heel even.

De scooters. De smog. De kraampjes met voedsel. De vliegen. De openheid van mensen. De belangen van mensen die zo anders lijken te zijn dan wat we in Nederland gewend zijn. De lach bij gebrek aan Engels. De speelse manier waarop het leven door velen wordt benaderd. De vrijheid. Of dat ik het ga missen? Wellicht. Het besef dat alles tijdelijk is dringt als we Waalwijk binnen rijden meer dan ooit tot me door. Dat maakt me verdrietig, maar troost me vervolgens onmiddellijk. Verdrietig omdat dit hoofdstuk een einde kreeg. Troost omdat dit weer ruimte geeft voor een nieuw hoofdstuk. En ik de enige ben die dat hoofdstuk schrijft. Ik houd niet van clichés, maar het is zo.

De zon schijnt en het is een graad of 19. De hemel is strakblauw en ik tel mijn zegeningen met de kennis dat dit niet vanzelfsprekend is in Nederland.

Hij kijkt me aan alsof ik water ben dat in brand staat. ‘Hey mafkees.’ Zijn reactie verraadt ongeloof en gebrek aan voorbereiding. ‘Wat is dit nou joh, halve gare.’ Een knuffel volgt, maar nog niet zo innig omdat het besef er nog niet is. Met een lach op zijn gezicht zet hij vervolgens twee stappen terug om nog even te checken of ik het wel echt ben. Ik weet niet of zijn scannende ogen zeggen ‘zo, jij bent veel veranderd’ of juist ‘zo, jij bent echt niks veranderd’, maar dat maakt niet uit. Dan volgt een goede knuffel. Eentje mét geloof. Ik ben terug pap. Gezellig hè.

Moeders komt wat later terug van werk. Een man die ze tegenkwam op onze oprit vond het nodig te vertellen dat ik al teruggekeerd was, maar dat maakte het ongeloof, de tranen en de omhelzingen er niet minder om.

Ik voel me welkom thuis.

Als ik later die avond de bowlingbaan op loop waar een stuk of 9 onwetende vrienden mij verwelkomen met omhelzingen en geschreeuw, voel ik me nog welkommer.

Als de volgende dag vrienden van voetbal dit nog eens herhalen voel ik me nog welkommerder.

2 dagen later is het alsof ik nooit ben weg geweest. Wat eigenlijk het enige is wat ik onwerkelijk vind. Het is dus eigenlijk meer wennen aan de onwerkelijkheid van het ontbreken van de onwerkelijkheid dan aan de onwerkelijkheid van het terug zijn zelf.

Voor nu is het Prima. Met toch wel een hoofdletter ‘P’.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *