Leestijd: 3 minuten

Ik ben miljonair. We worden op een houten boot van een meter of 40 naar onze soort van oude BBA-busstoelen gewezen. We zitten krap en het is warm. Heet. Weinig luxe voor een miljonair. Al snel besluit ik een sigaret te gaan roken op het achterdek waar de bemanning zich ook bevindt. Ik loop langs de wc’s, langs de luid ronkende motor, langs wat op de grond slapende mannen naar het achterdek. Er staat een gasstel, een koelkast, 3 kooien met kippen erin en er hangen wat kruiden. 2 mannen en 2 kinderen zitten er op dat moment. De kinderen kijken me met open mond aan alsof ik de eerste blauwe ogen vervoer die ze ooit hebben gezien. Van de mannen ontvang ik een klein knikje. Dit knikje verandert in een overtuigende, dankbare knik en een glimlach als ik ze een peuk aanbied. Later, terwijl ik mijn tweede opsteek zitten naast het gasstelletje 2 andere mannen gehurkt een soort van mosselen te pellen en te eten. Omdat eten moet. Tegenover me zit mijn reisgenoot het instructieboekje van zijn Nikon-camera te lezen. Voor betere foto’s. Het contrast is schril. Er kraait geen haan naar. Alleen de kippen achter me laten zo nu en dan een tok vallen. Ik loop terug en koop voor 10.000 Kip (10.000 Kip is €1,10) een bier. Ik heb zin om een dronken miljonair te zijn. 7 uur na vertrek zijn we halverwege. Meren aan in een klein dorpje genaamd Pak Beng, waar we worden opgehaald door de drukke maar vooral vrolijke hosteleigenaar. Voordat we de 300 meter bergop naar het hostel hebben afgelegd heb ik opium, wiet en nogwa aangeboden gekregen. ‘No man, I can do anything I want in Holland’ werkt vaak goed. En ja hoor.. ‘Aaah Hollandd, Amsterdaaam.’ ‘Yes, yes, Amsterdam, haha.’ Na een gezellige avond tukken we in een kamer voor 3 met een ventilator die geluid produceert voor 300. Het is weer warm. Heet. Dus hij blijft aan. Elke 12 seconde 3 seconde verademing. Ik besluit beslag te leggen op het hypnotiserende geluid van een krekel wat er bovenuit komt. Ik slaap. De boot van de volgende dag die nog eens 7 uur gaat duren is kleiner en lijkt eigendom van een familie. We komen voorin te zitten. Achter de kapitein. Tussen de locals. De kapitein grapt, zij lachen. Een vrouw vergelijkbaar met m’n tante Anita int wat geld en neemt plaats achter de soort van koffiecorner. Een meisje tegenover me haalt haar Iphone 6+ tevoorschijn en haar 2 zusjes ook. Achter me haalt een visser zwemmend zijn net binnen. Ik vaar nog steeds op de Mekong in the middle of nowhere. Op een gegeven moment vraagt de kapitein ‘Whè you fom?’. Ik: ‘Netherlands!’. ‘Ahh, Alien Robbe!’’What?’ ‘Alien Robbe!!’ ‘ Aaah, Arjen Robben! Yes, yes!’ ‘Yes, I like, I like!’ Arjen Robben. De man met een van de meest boeren voornamen in het Nederlandse voetbal (op Dirk na misschien). Op hetzelfde moment dat hij begon met voetballen gingen de grenzen van Laos open voor het Westen. Zou hij er toen over nagedacht hebben dat de kans aanwezig was dat hij zo’n wereldspeler zou worden dat pakweg 30 jaar later een willekeurige Laotiaanse kapitein op een boot op de Mekong richting een willekeurige Nederlandse toerist duidelijk zou willen maken dat hij weet wie ‘Alien Robben’, de boerenlul uit Groningen, is? Ik denk het niet. We lachen. We zijn nu zo’n 3 tot 4 uur aan het varen. Het warmste van de dag begint te naderen en ik heb het gehad. Nog maar 3 tot 4 uur. 3 tot 4 uur later arriveren we. Ik geef de kapitein 10.000 Kip fooi en vertel hem op mijn beste slechte Engels dat hij goed gevaren heeft. ‘Very good drive you’. Ik ben er van overtuigd dat ze dat beter verstaan dan proper Engels. Hij lacht, brengt zijn handen bijeen onder zijn kin en knikt. Waar we de boot afstappen staan tuk-tuks klaar om ons naar het centrum te brengen. Ik zie honden vechten op straat en besef me dat mijn beeld van de hond volledig veranderd is van lief huisdier naar een wild straatbeest dat vaak lief, soms raar, af en toe klaarblijkelijk ziek en sporadisch agressief is. Een dingetje in Luang Prabang is dat je er kan bowlen. In Nederland kan je ook bowlen. Ja, en in Nederland vind ik het ook leuk. Die avond gaan we bowlen. De dag erna gaan we naar de watervallen. Ik rook terwijl ik voor het eerst het prachtig denderende water aanschouw en besef dat zowel het roken als dit aanzicht adembenemend is. Op de avondplanning staat het bekijken van de zonsondergang vanaf een berg met een Beer Lao en gezellige mensen. Kijken of er adem over is om ontnomen te worden. Cheers.

Categorieën: Reisverhaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *