Leestijd: 1 minuut

Ik loop over straat, ruik de geur van regen op warm asfalt en ben opgewonden over wat we over een aantal uur gaan doen. Het is vijfentwintig graden, zie ik op het bord van de plaatselijke apotheek. De zon is net pas weg en het is gaan druppelen. Daklozen schuifelen vredig richting bruggen, portiekjes en andere beschutte plekken die de stad te bieden heeft. Er hangt een vreemde vorm van acceptatie over de zwervers die naast dakloos vooral ook op junks lijken. Het lijkt een epidemie die niet weg te stoppen is in de krochten van het donkere nachtleven van Berlijn. Het zijn degenen die het verkeerde hebben gebruikt en hun leven nu wijden aan overleven en het zoeken naar drugs en het vinden van katers. Weekdagen en weekenddagen onderscheiden zich niet. Deze mensen hoeven nergens te zijn. Laat staan op tijd. Ontsnapt aan het regime van die tijd maar bevangen door het ietwat strakkere regime van de drugs leven zij hun betekenisloze bestaan en schooien ze zuurverdiende centen van de burger die zich liever laat leiden door de teugels der tijd. Tijd relativeert ons bestaan zo goed dat we het inschatten als een van de meest waardevolle bezittingen die een mens kan hebben.

Tot die ene keer dat die naald in de arm gezet wordt.

Want tijd heelt alle wonden, behalve de wond vervuld door de etterende leegte die een shot heroïne achterlaat in de ziel van een junk.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *