Leestijd: 4 minuten

Ik slenter door de redelijk drukke straten van Sydney. Handen in mijn zakken. Rugzak op mijn rug, genietend van de zon en van de opgejaagde mensen om me heen. Niks wordt prima gevonden zoals het is, zoals de Cambodjanen dat kunnen vinden. Hier moet beweging zijn. Verandering is goed en stilstand is achteruitgang. Vooruitgang moet. Vooruitgang die ook het liefst zo snel mogelijk gaat. Een Cambodjaan kan van zijn dag genieten met een lach op zijn gezicht en een maaltijd op z’n tijd zonder een euro te verdienen. Hier in deze grote – en overigens prachtige – stad waar de hoogbouw de tralies van het altijd aanwezige en drukkende kapitalisme symboliseert, is voor het genieten van de dag met een lach zonder verandering geen sprake. Zonder vooruitgang kom je immers nergens. Hooguit in het weekend kunnen de lauweren gebruikt worden als rustplaats.

Ik slenter nog steeds. Handen in mijn zakken, rugzak op mijn rug, zonnebril op mijn mik en sigaret in m’n smoel. Terwijl ik wat nadenk over wat voor baan ik wil, worden mijn gedachten gebroken door een zwerver die me vraagt of ik een ‘spare cigarette’ voor ‘m heb. Ik excuseer me en loop door, maar mijn gedachten blijven bij de zwerver. 30 meter verder bedenk ik me en besluit ik om vandaag alle zwervers die me iets vragen ook daadwerkelijk iets te geven. Ik heb nog een vol pakje meegesmokkelde sigaretten a $1,10 in mijn rugzak. Ik loop terug en geef de zwerver het volle pakje. Hij kijkt me aan en wil het pakje open maken om er een uit te halen. ‘You can have the whole package.’ ‘Huh?’ ‘Yeah, just keep it, it’s yours, I got it cheap.’ ‘oh.. wauw, uh, thanks man that’s so kind.’ ‘No problem.’ En ik loop zonder om te kijken op dezelfde manier weg als Jason Statham die wegloopt van een enorme zojuist veroorzaakte explosie in een eindscene van een van z’n films. Maar dan laat ik vreugde achter in plaats van vernietiging. Even later, als ik een broodje eet en een sinaasappeltjessapje drink vraagt er een zwerver om wat wisselgeld. Ik excuseer me, loop even door, eet mijn broodje op en draai om, loop terug en geef hem 3 dollar en de rest van mijn jus. Hij lacht niet, bedankt me amper en begint de dop van de jus eraf te draaien. Kut junk. Dat is mijn gedachte en ik loop verder, ik heb weer iemand geholpen. En ik weet niet of het karma, God, Jezus, mijn moeder of gewoon puur toeval is wat het veroorzaakt, maar als ik later die dag van de kapper terugloop naar mijn hostel vind ik 100$ op straat. In de vorm van 2 briefjes van 50. Ik raap het op en kijk om me heen of dit geen rare grap is. Nope, ik ben 100$ rijker.

Ik slenter nog steeds. Handen in mijn zak. Rugzak op mijn rug. Met in mijn achterhoofd nog steeds de relaxte sfeer van zuidoost Azië. En in mijn voorhoofd de opkomende druk van het vinden van een baan door de wegrollende dollars door de afgelopen dure overnachtingen en maaltijden. Die avond koop ik een pizza bij Domino’s voor 7 dollar. Ongezond maar goedkoop; twee dingen die nogal eens hand in hand gaan. Ik zit op een trap samen met een andere Nederlander te genieten van Hawaii op een Italiaanse bodem als er een tandeloze, ogenschijnlijk aan chrystal meth verslaafde zwerfster naast me komt zitten en tegen me praat. Ik versta niet wat ze zegt, maar zie wel dat de consumptie waarmee ze praat richting mijn laatste twee stukken pizza en half opgedronken blikje cola vliegt. Het is nog steeds de dag waarop ik de zwervers iets geef als ze iets vragen en aangezien ik d’r niet verstond bied ik d’r maar gewoon mijn pizza en cola aan. Dat vindt ze geweldig – ‘I’d love that’ – en ze lacht d’r al enigszins weggerot en op sommige plaatsen reeds zwartgekleurd tandvlees bloot. Kan zij lekker sabbelen en kan ik nog een goede daad afvinken. Een paar dagen later merk ik op dat ik meer geld opgemaakt heb in een week in Sydney dan dat ik in een maand opmaakte in zuidoost Azië. In landen in zuidoost Azië moet je goed uitkijken dat je spullen niet gestolen worden. Soms kan iets zo verdwenen zijn, maar als je dus gewoon oplet zal de schade beperkt blijven. Je hoeft daarentegen minder op het uitgeven van je geld te letten. In Australië word ik geskimd. Kan je opletten wat je wil, maar voorkomen doe je het niet. Waar ik nu oplet zijn de kleintjes. Tonijn in olijfolie uit blik kost 70ct(!) in de supermarkt. Als je boterhammen een week droog bewaard is het nog prima te doen als je er toast van maakt en van mayonaise wordt je dik maar is niet duur. En Oja, de cappuccino voor 1$ van de 7/11 is gewoon lekker. Als je daar een watertje bij wil ben je weer 3$ kwijt, wat de koffie tot een goedkoop en doeltreffend lokkertje maakt, maar dat doe ik geen twee keer. Ik leer veel. Ik leer zwervers begrijpen. Ook al kan je zeggen dat er voor iedereen wel werk te vinden is in Sydney. Als je een tijdje niet aan de bak komt maar wel aan je crack, kan ik me zo voorstellen dat je in Sydney nogal snel je huur niet meer kan betalen. Ik doe gelukkig niet aan crack en heb voor morgen een baan gevonden. Ik kan niet wachten op de volgende ‘ik-geef-wat-aan-elke-zwerver-die-iets-vraagt-dag’, maar om niet ook in de goot onder een deken te belanden moet ik ze tot die tijd eerst zelf verdienen.

Morgen stop ik met slenteren en ga ik deur-aan-deur om het vanuit Europa overgewaaide ‘HelloFresh’ te gaan verkopen aan mensen die daar totaal niet op zitten te wachten. ‘Hello, how are you? lovely day isn’t it?’ Moet lukken.

Categorieën: Reisverhaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *