Leestijd: 4 minuten

Ik heb muziek in mijn oren. Goede muziek. Ik word in mijn stoel gedrukt. De niet te grote Boeing van Malaysia Air trekt op naar hoge snelheid om op te stijgen. Ik voel me eenzaam en Ik weet niet precies waarom. Misschien omdat de mensen om me heen geen bekenden zijn. Misschien omdat de lieve Cambodjanen plaats hebben gemaakt voor de kilheid van het vliegveldpersoneel. Misschien omdat ik afscheid heb genomen van mijn medereizigers. Wellicht omdat de wereld waar ik naartoe ga weer een nieuwe is. Ik ben angstig, wat ik normaal nooit ben en ik weet niet precies waarom. Misschien omdat het Malaysia Air is. Misschien omdat het vluchtnummer met ‘MH’ begint. Misschien omdat ik het bijzonder zonde zou vinden als dit het einde zou betekenen. Misschien omdat ik jou dan niet meer zie. Ik weet het niet. We stijgen op. De man naast me slaat een kruisje. Het vliegtuig trilt als we door wolken heen vliegen en opeens begrijp ik de mensen die uit angst domme dingen doen. Zoals een religie aanhangen of klappen als een vliegtuig geland is. Ik hou me vast aan het feit dat – mocht het nu fout gaan – ik in ieder geval ga onder het genot van goede muziek. Ik hoor ‘Live forever’ van Oasis tijdens de landing. Het vliegtuig land probleemloos. De ironie zou ook veel te groot zijn als ik precies tijdens dat nummer een ananasveld of oceaan in vlieg en het leven laat. Ik heb een transit in Maleisië. Aangezien deze 15 uur en voornamelijk ‘s-nachts is boek ik een hostel. Dit hostel is niet in de stad, maar in de buurt waar de lokale bevolking woont. Dit wist ik niet, maar ik geloof mijn taxichauffeur. Volgens hem is ook 70% van Maleisië modern moslim en spreken vrijwel alle Maleisiërs Engels. 5 Ringgit is een euro en voor die euro koop ik een ‘Daging double special’, wat sjiek en Bahasa Malaysian is voor ‘dubbele beefburger speciaal’. Het duurt ongeveer 2,5 uur voordat ie klaar is en is best lekker. Veel meer kom ik niet te weten over Maleisië. #hoeftnuookniet. Ik vlieg morgenvroeg weer op. Tijdens die volgende vlucht zit ik naast een Indische vrouw met een klein kind. Naast de taal- merk ik ook een cultuurbarrière op. Een vrouw die op een stoel voor het kind zit vraagt aan de Indische vrouw of ze wil zorgen dat het kind niet tegen haar stoel aan schopt. Na een minuut of 5 wisselen het kind en de vrouw van plek. Probleem opgelost. Later, wanneer het kind terug klimt op de eerste stoel wat gepaard gaat met nogal wat gebeuk, wijs ik naar de stoel, vervolg met een beukbeweging en sluit af met een nee schuddend hoofd om de vrouw erop te attenderen dat het kind tegen de stoel beukt en de vrouw ervoor ligt te slapen. Mevrouw reageert hierop door te starten met het uitdraaien van de jassenhaak waar ik waarschijnlijk naar wees. Ik geef het op en zeg ‘no, no, its okay’, gebaar dat ze moet stoppen met draaien en lach met een duim. Vervolgens trekt ze d’r benen op en gaat ze doodleuk in kleermakerszit op haar stoel zitten slapen. We arriveren in Sydney. Ik heb een slof sigaretten in m’n tas zitten die ik niet heb aangegeven. Het enige wat ik op de immigratiekaart heb aangegeven is dat mijn slippers in de afgelopen maand met zoetwater in aanraking zijn gekomen. Ik kom moeiteloos voorbij de paspoortcontrole, haal mijn backpack van de bagageband en loop door naar de douane. Als ik een bord zie staan met ‘The tv-show Border Security is recording here, please inform the staff if you don’t want to be filmed’ krijg ik het warm. Een man kijkt op mijn kaart en zegt kil: ‘lane 2.’ Ik volg zijn orders braaf op. Aan het eind van lane 2 staat een dikke vrouw met een kuthoofd. Je weet wel, hetzelfde als die dikke blob van Star Wars maar dan nog iets chagrijniger. De man voor me had op zijn kaart aangekruist dat hij voedsel bij heeft. Na een aantal vragen van de dikke vrouw mag de man zijn tassen gaan openen op de welbekende aluminium bureaus om alle inhoud te checken. Ik ben next. De vrouw kijkt me aan, kijkt naar ’t kaartje, kijkt mij weer aan en zegt: ‘are your flip flops clean?’ Ik: ‘yes, yes.’ Zij: ‘ok, enjoy your stay.’ Met het gevoel alsof ik heel de staf van Sydney International Airport te slim af ben geweest enter ik Sydney. Het is 11 uur. Ik loop in mijn korte broek op mijn slippers met mijn backpack op mijn rug in een miljoenenstad waar het 16 graden is. De lieve lachende gezichten uit Cambodja hebben plaats gemaakt voor de tactisch ontwijkende- of anders norse blikken die een grote stad nogal eens eigen zijn. De chaos van lelijke en onverharde of slecht geasfalteerde wegen hebben zich laten vervangen door perfect geplaveide en netjes geasfalteerde wegen. De overal goedkoop aangeboden sigaretten zijn ingeruild tegen geringe plaatsen waar ze verkocht worden vergezeld met grote plakkaten tekst met daarop: ‘smoking kills, seek help’ en een telefoonnummer. De geweldige, 4 euro kostende, van perfecte service voorziene hostels heb ik verlaten voor hostels die 22 euro kosten en in de supermarkt onderin het schap zouden liggen met niet meer dan een ‘OKE’ keurmerk. Als ik voor het eerst in 3,5 maand weer geniet van het feit dat ik mijn koude tenen in een koude kamer warm kan woelen onder een dik dekbed voel ik me een beetje thuisgekomen. Morgen word ik wakker in Sydney. Welterusten.

Categorieën: Reisverhaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *