Leestijd: 3 minuten
Een stuk of twintig jongens. Een schoolpleintje. Teams van vijf. Bouwwerkjes van stenen en takken die dienst doen als doelpalen. Een touw is de lat. Shirtjes van Arsenal, Hapoel Tel Aviv, Dortmund en merkloze t-shirts. Eén bal. Het lijkt een flashback. Alsof er een middag uit mijn leven is geplukt toen ik nog voetballend, knikkerend en Pokémonkaarten ruilend pleintjes in Nederland bezet hield. Wij, een dikke Engelsman, een Schot, een lange Duitser en ik lopen langs het pleintje. De dikke Engelsman (een groot fan van Arsenal, die me op dat moment al zo’n zeven keer bedankt heeft voor het feit dat Dennis Bergkamp bestaat) ziet zijn kans schoon en schreeuwt: ‘C’mon lads, let’s play some football.’ Zogezegdzogedaan. We lopen het plein op, worden begroet en ons wordt verteld dat het volgende potje onze beurt is. Na wat gepraat te hebben met degene die Engels spreekt, blijken de meesten rond de 21 jaar oud. Ze lijken ook nog eens goed in voetbal. Het is Engeland, Schotland, Duitsland en Nederland tegen Laos. De Euraziëlympics. Fuck Rio, hier moet je wezen. De regel; de eerste die een goal tegen krijgt verliest en moet het veld verlaten. De ongeschreven regel; houd je benen dicht als je niet uitgelachen wil worden door 15 Laotiaanse ventjes met een veel te goed humeur. De Duitser vergeet de ongeschreven regel, waarop een golf van gelach, gegier en gebrul over de zijlijn rolt. Er is een duidelijk verschil tussen de snelle beentjes van de Aziaten en de logge benen zonder vooraf bepaalde bestemming van ons. Het is vooral ook even wennen. Stenen in plaats van gras. 34 graden in plaats van 22. En net nu ik me de skill ‘in-één-keer-in-mijn-teenslippers-stappen-zonder-stil-te-staan’ meester gemaakt heb, heb ik voor het eerst weer schoenen aan. Even wennen dus. Toch drogen we ze af met 1- 0. Ze gaan er linea recta vandoor. Een paar high fives later zitten we aan een heerlijke Europese chickenburger met friet en een Beer Lao op onze lauweren te rusten. De dag erna staat een vlucht naar Hanoi op de planning. ‘Hello’ en ‘goodbye’ wordt een steeds bekender tafereel. Tegen de leuke mensen beweer je misschien tegen beter weten in dat je ze weer gaat zien. Tegen de minder leuke niet. Afscheid went niet. Het gebeurt gewoon. Ik tuktuk hem ervandoor richting vliegveld. Daar gekomen geef ik de chauffeur 3.000 kip fooi, waarna hij me lachend veel geluk wenst. Ik bedank de beste man en richt me mentaal op de heftige vlucht van een uur. Aangekomen in Hanoi stap ik de trap af het vliegtuig uit het vliegveld op. Met het aantal meters dat ik op het vliegveld afleg om mijn bagage te claimen had ik waarschijnlijk heel Luang Prabang doorkruist. Andere koek. Inwonersaantallen van 45.000 vs 6.500.000 verklaren het. Hanoi lijkt een beetje op Bangkok. Maar dan moderner, met betere wegen, rechts rijdend verkeer en scooters. Veel scooters. Continu. Overal. De hele dag door. Scooters. Zo veel scooters. En nog steeds te weinig, aangezien er soms vijf personen op één zo’n ding zitten. Moet je je voorstellen dat je met je neefje, je broertje, je vader EN je moeder in plaats van de auto, deze keer de scooter pakt vanuit Woensel naar Eindhoven. Maar dan niet van Woensel naar Eindhoven, maar van Hanoi Oost naar Hanoi Centrum, waar pakweg drie miljoen andere gezinnen hetzelfde idee hebben. En scooters stellen niks voor tegenover de auto of vrachtwagen die ernaast rijdt, weghelften zijn voor de sier, toeteren is laten weten dat je er bent en twijfel kan leiden tot een noodzakelijke aanschaf van een nieuwe helm of schedel. Als een heel gezin het kan, moet mij het vast ook lukken. Morgen huur ik (misschien) een scooter. De avond start ik in mijn hostel. Er is een feest, gevolgd door een pubcrawl. Deze pubcrawl is te omschrijven als: ‘het bezoeken van een gezellige kroeg, waarna we naar een of andere shabby achterbuurt gaan om een of andere shabby bunker binnen te lopen waar nog drie andere mensen zijn, de barvrouw op een bank ligt te slapen en een pooltafel de sfeer bepaalt.’ Het was gezellig tot aan de pooltafel, dus ik besluit het engeltje op mijn schouder maar eens gehoor te geven en een keer op tijd huiswaarts te keren. De volgende dag verhuis ik naar een ander hostel, en betaal ik €4,50 in plaats van €7,- per nacht. Hier word ik zeer hartelijk ontvangen. Een dame wijst me de weg, opent de deur van mijn kamer en heet me ‘welcome to aircon’. Vervolgens vertelt ze me dat er elke dag om 4 uur een gratis walking tour is, ik van zeven tot half tien gratis kan ontbijten en dat er elke avond een uur gratis bier wordt geschonken. Als ik nog vragen had moest ik niet twijfelen om haar glimlach aan te spreken. Dat is nog eens waar voor je geld. Vroeger kocht ik voor €4,50 een pakje Pokémon kaarten en daar zaten soms dubbele in.
Categorieën: Reisverhaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *