Leestijd: 2 minuten

Ik zou willen dat ik een soort van extra waarheid omtrent dit virus in pacht had, zodat iedereen het gevoel zou krijgen dat we weten waar we mee bezig zijn en dat het het uiteindelijk allemaal waard is.

Ik zou willen dat er een einddatum aan vast hing. Ik zou willen dat er net als op die dag na een hele slechte nacht met weinig slaap, tijdens een van die saaie, langdradige lesuren bij wiskunde waar het moeilijk is om je ogen open te houden, een klok aan de muur hangt met een langzaam lopende secondewijzer die we konden volgen zodat we in ieder geval wisten dat er op een gegeven moment onvermijdelijk een zoemer der verlossing zou klinken, zodat we allemaal dat vervelende lokaal uit konden rennen en met z’n allen met elkaar konden gaan zuipen, met grote groepen mensen konden gaan blowen, met velen aan een extralange tafel extralang konden gaan tafelen en daarna extralang en extragezellig konden gaan natafelen zoals alleen Nederlanders dat kunnen.

Ik zou willen dat drukte weer een ergernis was, zoals in de rij van de garderobe van een discotheek, zoals in de auto achter de auto voor je, of zoals aan die voor drie man toch echt net iets te kleine pisbak tussen twee grote gasten ingedrukt waardoor zeiken mentaal onmogelijk is, of zoals in de skihut in Gerlos waar je door de drukte geforceerd tegen het okselzweet aanhangt van Jan-Peter die heel de dag in zijn net iets te warme skipak heeft geskied.

Ik zou willen dat ik weer voor de grap ‘Ik!’ gevolgd door ‘Oh, ik dacht dat jullie allemaal bij elkaar hoorden’, kon roepen als antwoord op de vraag wie er aan de beurt is op het moment dat ik als laatst een overbeladen friettent binnen kom stappen.

Ik zou willen dat we bij ‘anderhalve meter’ alleen nog maar moeten denken aan gechargeerde penislengtes in slechte grappen, aan grote tienjarigen hele kleine volwassenen of aan de werkelijke lengte van twee meter bier nadat Mo eerst heel die veel te volle kroeg nog door moest.

Ik zou willen dat er nooit meer doden vielen, dat de paus me een keer opbelde om te vragen hoe het met me was, gewoon omdat ik hem sinds ik die film ‘The Two Popes’ heb gezien best wel een sympathieke kerel vind. Ik zou willen dat de mens in vrede leefde, dat de aarde niet meer opwarmt en dat paarden, honden, varkens en vlinders konden praten. Ik wil een witte Lamborghini Huracán voor mijn verjaardag.

Geduld is een schone zaak.



Deel:

 

Geen verhaaltje missen?


4 Comments

Tootje · 14 oktober 2020 at 2:20 pm

Joep wat een leuk verhaal. Blijf lekker schrijven wat hier word je blij van.
En wat de toekomst ons gaat brengen??? Who nows.

    Joep · 14 oktober 2020 at 3:37 pm

    Word ik zeker blij van! En inderdaad, maar dat is het mooie van de toekomst; we zien vanzelf wat het ons brengt.

Eelco Anneveldt · 14 oktober 2020 at 2:43 pm

Iets met woorden en mond, meneer Joep. Een voordeel heeft dat %^$#@@* virus: meer tijd om te schrijven.

    Joep · 14 oktober 2020 at 3:39 pm

    “Elk nadeel heb z’n voordeel”, zei een wijs man ooit. Nu ik dat zeg vraag ik me eigenlijk best af wat zijn uitspraak over dit virus zou zijn geweest..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *