Leestijd: 4 minuten

Je kent het fenomeen vast. Mensen die een fijne rol in je leven hebben gespeeld, die vervolgens verdwijnen als sneeuw voor de zon, waarna je ze nooit meer ziet en op een zeker moment ook niet meer aan ze denkt, totdat je ineens op een schijnbaar volstrekt willekeurig moment weer aan ze moet denken.

Sylvia is dat fenomeen voor mij.

Sylvia was de receptioniste bij Beckers Benelux (van de Frikandellen) waar ik een jaar of 10 geleden een halfjaar stage liep en vervolgens nog twee maanden werkte. Sylvia was altijd vrolijk, behalve op momenten dat ze een gegronde reden had om niet vrolijk te zijn. Als haar hond gek deed bijvoorbeeld, of als haar dochter verdrietig was omdat haar vriendje het uit had gemaakt. Sylvia had haar hart op haar tong, wat denk ik ook de reden was dat ze voor het overgrote deel van de tijd zo vrolijk was. Er borrelde niks in haar, behalve bellenblaasbubbels en vlinders en gezelligheid, zo leek het. Ze had een hele lieve glimlach en was met haar ontwapenende mimiek en gave gezicht altijd een aangename verschijning om rond half negen door begroet te worden. Ze kleurde de grijze maandagen blond als haar lokken en liet op de vrijdagen wanneer ze er was (om de week) de zon stralen alsof de vrijmibo de hele dag duurde. De zijdeur van het gebouw was voor mij een stuk korter van auto naar werkplek, maar dat weerhield me er niet van om altijd via de voordeur – en dus langs Sylvia – naar binnen te komen en te vertrekken. Ik ben maar 8 maanden actief geweest bij Beckers, maar had in die tijd een dusdanig leuke band ontwikkeld dat ik na menig lunchpauze nog een kwartiertje bleef na- en bijkletsen, waardoor ik er soms getuige van was hoe ze ontzettend professioneel de telefoon opnam, notities aannam, doorverbond en afwees – terwijl ze non-verbaal met mij bleef communiceren. Ik was en ben altijd nog jaloers op deze fenomenale manier van multitasken.

Sylvia was een tijd als het zout tot mijn peper voor op het half hardgekookte eitje. Als het suikerrandje op mijn cocktailglas. De citroenzest tot mijn zalmtartaar. De Donna tot mijn Harvey – soort van, want ik was maar een stagiaire, maar je begrijpt me.

Totdat ze vertrok. Of beter: moest vertrekken. Nog eerder dan ik, anderhalve maand eerder om precies te zijn. De bedrijfseconomische veranderingen strikte het bedrijf als een waterballon en Sylvia was het beetje water dat er bovenin de tuut uit moest spuiten om de knoop te kunnen maken. Geen ruimte meer voor haar en haar multitaskende doorverbindkunsten. Geen plek meer voor de glimlachen die de morgenstond haar goud in de mond bezorgden. Op haar laatste vrijdagmiddagborrel proostten we op haar verleden bij Beckers en haar toekomst bij zewistnognietwaar. De zes maandagen, drie specifieke vrijdagen en alle andere werkdagen die ik na haar vertrek nog op kantoor was waren een paar tinten grauwer. Ik miste Sylvia voor anderhalve maand vrij intens. Maar ook niet veel langer dan die anderhalve maand, omdat ik daarna zomervakantie had en niet meer aan haar afwezigheid werd herinnerd door de lege stoel achter de balie bij de hoofdingang. Sylvia veranderde van een herinnering in een vage herinnering in een vrouw waarvan ik een hele lange tijd niet meer wist dat ik er herinneringen aan had. Tot een week geleden, toen ik me ineens afvroeg hoe het met Sylvia zou zijn.

En toen bedacht ik me dat ik geen contactgegevens van haar heb, dat ik geen idee heb waar ze woont of werkt en eigenlijk ook niet eens meer zeker weet of Sylvia wel Sylvia heet. En meteen daarna bedacht ik me ook dat dat eigenlijk niet zoveel uitmaakt.

Maar omdat het zonde is als het gekend hebben van zo’n fijn mens helemaal nutteloos zou zijn, wil ik toch iets met die teruggekeerde herinnering doen. Dus ga ik de komende tijd ter nagedachtenis aan Sylvia gewoon een beetje extra lachen als ik mensen tegenkom, ga ik mensen met gepaste vrolijkheid begroeten als ik een gebouw binnenloop én ga ik met een paar willekeurige Duitsers in de kroeg mijn glas heffen en proosten: ‘Zum Sylvia!’ Gewoon, omdat het kan.

En ook een beetje omdat het leuk is om te kijken hoe onbekende Duitsers in de kroeg daarop reageren.


Een melding in je inbox als er weer een nieuw verhaaltje online komt? Meld je in 7 seconden (afhankelijk van hoe snel je typt) aan. Niet overtuigd? Hier vind je zeven redenen waarom je je in moet schrijven.


2 Comments

Diny · 14 augustus 2020 at 2:25 pm

Is een mooi initiatief, hoop dat het gewaardeerd wordt door de Duitsers die je tegenkomt en goed voorbeeld doet goed volgen. 😄

    Joep · 18 augustus 2020 at 2:26 pm

    Haha ik heb het al een keer gedaan, daarna uitgelegd waarom en we hebben erom kunnen lachen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *